Wat weet jij van cholesterol?

Vanaf je 40ste doe je er goed aan je cholesterol in de gaten te houden. Maar waarom eigenlijk? Wat merk je ervan als je cholesterol te hoog is? En kun je het gehalte ‘omlaag eten’? Doe de test!

1. Cholesterol is….

    1. slecht voor je gezondheid
    2. goed voor je gezondheid
    3. soms slecht, soms goed

ANTWOORD: C
Internist-endocrinoloog/vasculaire geneeskundige Max Nieuwdorp, hoogleraar inwendige geneeskunde in het AmsterdamUMC: “Veel mensen denken dat cholesterol een gevaarlijk goedje is, waarvan je zo min mogelijk in je lijf moet hebben. De werkelijkheid is echter niet zo zwart-wit. Cholesterol kan inderdaad ongezond zijn, maar je hebt het ook keihard nodig. Sterker nog, zonder cholesterol kan je lichaam niet functioneren. Deze vetachtige stof in de vorm van kleine bolletjes is namelijk een noodzakelijke bouwstof voor lichaamscellen en hormonen.
Verreweg de meeste cholesterol maakt je lijf zelf aan, in je lever. Een klein deel haal je uit je voeding. Om cholesterol via het bloed naar alle benodigde plekken te kunnen vervoeren, zit er een speciaal eiwitlaagje omheen. Daar zijn twee soorten van: LDL en HDL. LDL transporteert cholesterol van de lever naar de rest van het lichaam. HDL ruimt het teveel aan cholesterol in het bloed op en voert het terug naar de lever, waar het wordt afgebroken.
Tot zover niets aan de hand. Maar LDL heeft één groot nadeel: het blijft gemakkelijk plakken aan beschadigingen aan de binnenkant van de bloedvaten. Die kunnen daar ontstaan door bijvoorbeeld roken, overgewicht, een verhoogde bloeddruk of veroudering. Als het cholesterol zich op zo’n plekje ophoopt, wordt het vat steeds nauwer en kan het bloed er moeilijker doorheen. Er is dan sprake van aderverkalking.
In het ergste geval slibt het vat helemaal dicht. Dat kan allerlei serieuze problemen veroorzaken, zoals een hartinfarct of een beroerte. Vandaar dat LDL het slechte cholesterol wordt genoemd, en het belangrijk is om de hoeveelheid daarvan zo laag mogelijk te houden. Omdat HDL helpt om overtollig slecht cholesterol op te ruimen, beschermt dat juist tegen hart- en vaatziekten. Het is dus goed om daar véél van te hebben.” 

2. Wanneer is je cholesterol te hoog? 

  1. Bij een totale waarde boven de 3
  2. Bij een totale waarde boven de 5
  3. Bij een totale waarde boven de 8

ANTWOORD: B
Internist Max Nieuwdorp: “Een dokter meet de cholesterolwaarde aan de hand van een bloedtest. Daar komen verschillende cijfers uit, onder andere een totaalwaarde en een waarde voor het slechte LDL-gehalte. In de richtlijn die artsen hiervoor hebben opgesteld, staat dat je een hoog cholesterol hebt als het totale getal hoger is dan 5 millimol — de meetwaarde voor cholesterol — per liter bloed en/of als het LDL-cholesterol hoger is dan 2,5 millimol per liter bloed. De precieze streefwaardes hangen van de leeftijd af. Voor mensen met (een verhoogd risico op) hart- en vaatziekten liggen ze sowieso lager.
Een verhoogd cholesterol zegt iets over je risico om in de toekomst hart- en vaatziekten te krijgen.  Let wel: er zijn veel meer factoren die daarbij een rol spelen. Denk aan een hoge bloeddruk, roken, overgewicht, diabetes, geslacht en leeftijd. Vandaar dat artsen een persoonlijk risicoprofiel van patiënten maken, waarbij ze al die verschillende factoren meewegen. De uitkomst bepaalt of het nodig is om een verhoogd cholesterol wel of niet te behandelen.”

3. Wie hebben meer kans op een verhoogd cholesterol: mannen of vrouwen?

    1. Mannen
    2. Vrouwen
    3. Dat hangt van de leeftijd af

ANTWOORD: C
Internist Max Nieuwdorp: “Vóór de menopauze hebben vrouwen een wat lagere risico dan mannen. Dat komt omdat vrouwelijke hormonen een positieve invloed hebben op de balans tussen goed en slecht cholesterol. Na de menopauze stijgt de cholesterolwaarde bij vrouwen iets, tot maximaal één punt meer. Dan is het risico voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk.” 

4. Is een verhoogd cholesterol erfelijk? 

  1. Ja, soms
  2. Ja, altijd
  3. Nee, nooit

ANTWOORD: A
Internist Max Nieuwdorp: “Sommige mensen hebben aanleg voor een verhoogd cholesterol. Normaal produceert en verwerkt de lever het cholesterol in precies de juiste hoeveelheden en filtert het het slechte LDL-cholesterol uit het bloed. Mensen met erfelijk hoog cholesterol hebben echter een klein foutje in hun DNA, waardoor dit niet meer lukt. De LDL-waarde kan dan enorm oplopen. Je krijgt zo’n DNA-foutje via je vader of moeder. Als je het hebt, is de kans 50 procent dat je het aan je kind(eren) doorgeeft.
Er zijn verschillende vormen van erfelijk hoog cholesterol. De meest voorkomende is Familiaire Hypercholesterolemie, kortweg FH. Ongeveer 1 op de 300 Nederlanders heeft FH. Hun cholesterol is meestal flink verhoogd: meer dan 8 mmol/l voor de totaalwaarde en meer dan 5 mmol/l voor het LDL-cholesterol. Zij krijgen vrijwel altijd medicijnen. In families met deze stoornis doen zich ook vaak al vóór het 65 levensjaar hart- en vaatziekten voor. Door FH op te sporen, kunnen patiënten op tijd met behandeling starten. Overigens kunnen ook andere ziektes het cholesterolgehalte verhogen. Denk aan diabetes type 2 en een te traag werkende schildklier. Hetzelfde geldt voor ernstig overgewicht. ”

5. Wat merk je ervan als je cholesterol te hoog is?

  1. Je komt aan 
  2. Je bloeddruk gaat omhoog
  3. Niets

ANTWOORD: C
Internist Max Nieuwdorp: “Een verhoogd cholesterol is geen ziekte. In verreweg de meeste gevallen merk je er dan ook niets van. Uitzondering zijn de erfelijke varianten. Mensen die daaraan lijden, kunnen in hun ogen last krijgen van een witgele ring rond de iris, van gelige bobbeltjes rond de oogleden en van verdikkingen op de achillespees of de pezen van de handen, ellebogen of voeten.”

6. Wanneer doe je er goed aan je cholesterol te laten testen? 

  1. Als je boven de 40 bent
  2. Als je hart- en vaatklachten hebt
  3. Als je dokter het zegt

ANTWOORD: A
Internist Max Nieuwdorp: “Aderverkalking is een langzaam proces. Het kan tientallen jaren duren voor het problemen oplevert. Daarom is het goed als 40-plussers regelmatig, bijvoorbeeld eens in de twee jaar, preventief een check-up bij de huisarts laten doen. Die kan dan behalve het cholesterol ook de bloeddruk, het gewicht en de BMI controleren. Op die manier kun je mogelijke schade mogelijk zoveel mogelijk voorkomen, of in iedere geval uitstellen.
Sowieso moet je periodiek je cholesterol laten nakijken als: 

  • je bloeddruk te hoog is;
  • je een hart- of vaatziekte hebt (gehad);
  • je diabetes hebt;
  • je nieren minder goed werken;
  • je ouder dan 50 jaar bent en rookt;
  • je ernstig overgewicht hebt;
  • je een ouder, broer of zus hebt die vóór zijn of haar 65e jaar een hart- en vaatziekte had;
  • je een ouder, broer, zus of kind hebt met een sterk verhoogd cholesterol.

Weet je dat er Familiaire Hypercholesterolemie (FH) in je familie voorkomt, dan doe je er verstandig aan om al vanaf de tienerleeftijd het cholesterol in de gaten te houden.”

7. Moet je bij te hoog cholesterol levenslang medicatie slikken?

  1. Ja, inderdaad
  2. Soms wel, soms niet
  3. Nee hoor, dat is niet nodig

ANTWOORD: B
Internist Max Nieuwdorp: “Dat hangt af van je totale risico op hart- en vaatziekten, en of het verhoogde cholesterol erfelijk is of niet. Soms is de eerste stap om te proberen het cholesterolgehalte te verminderen met een gezondere leefstijl. Denk aan gezonder eten, meer bewegen en stoppen met roken. Mensen met een hart- of vaatziekte of diabetes krijgen daarnaast vrijwel altijd cholesterolverlagers voorgeschreven. Dat geldt ook voor mensen die een erfelijke vorm van verhoogd cholesterol hebben.
Ongeveer een miljoen Nederlanders slikken cholesterolverlagende medicijnen. Verreweg het meest gebruikt zijn de statines. Die verlagen het cholesterolgehalte met gemiddeld 25 tot 45 procent. Bovendien vertragen ze het proces van aderverkalking. In veel gevallen moeten patiënten cholesterolverlagers de rest van hun leven blijven slikken.
Een veelgebruikt middel is simvastatine. Werkt dat onvoldoende of krijg iemand veel last van bijwerkingen, dan zijn er verschillende alternatieven, bijvoorbeeld atorvastatine of rosuvastatine. Heel soms lukt het niet om het cholesterol met dit soort medicijnen voldoende naar beneden te krijgen, of verdraagt een patiënt geen enkele variant. Dan kunnen we tegenwoordig ook een nieuw soort medicatie geven: PCSK9-remmers. Die werken op een andere manier dan statines en geven nauwelijks bijwerkingen. Patiënten moeten ze eens in de twee weken zelf met een injectie toedienen.”

8. Spierpijn en -kramp is bekende bijwerking van cholesterolverlagers. Hoeveel procent van de gebruikers krijgt daar last van? 

  1. 10 – 15 procent
  2. 30 – 35 procent
  3. 55 – 60 procent

ANTWOORD: A
Internist Max Nieuwdorp: “Zo’n 10 tot 15 procent van de mensen die cholesterolverlagers slikken, krijgt last van spierpijn en/of -kramp. In verreweg de meeste gevallen levert dat geen blijvende schade op, maar de klachten kunnen het dagelijks leven wel flink beïnvloeden. In zo’n geval kan de arts een ander middel voorschrijven of de dosis iets verlagen. Ga daar trouwens nooit zelf mee experimenteren, maar overleg altijd met je dokter.”

9. Werken alternatieve middelen ook tegen een verhoogd cholesterol? 

  1. Ja hoor, net zo goed
  2. Ja, maar minder goed
  3. Nee, die halen niets uit

ANTWOORD: B
Internist Max Nieuwdorp: “Het bekendste alternatieve middel is een rode rijstsupplement. Daarin zitten stofjes die hetzelfde werken als statines. Ze hebben dus zeker effect, maar vaak minder dan reguliere medicijnen. Bovendien wisselt de samenstelling van de supplementen en zijn die veel lastiger te doceren. Dat maakt ze minder betrouwbaar. Verder kunnen ze de werking van andere medicijnen beïnvloeden. Besluit je om alternatieve middelen te gebruiken, meld dat daarom altijd aan je dokter en je apotheek.”

10. Kun je door gezonder te eten je cholesterol verlagen? 

  1. Ja
  2. Nee
  3. Een klein beetje

ANTWOORD: C
Internist Max Nieuwdorp: “Zoals gezegd maakt je lichaam het grootste deel van het cholesterol zelf in de lever aan. Een klein deel haal je uit je voeding. De hoeveelheid daarvan kun je met gezonde keuzes beïnvloeden. De beste manier is door verzadigd vet — dat het ongunstige LDL-cholesterol verhoogt — te vervangen door onverzadigde vetten.”

11. Welke producten kun je bij een verhoogd cholesterol beter laten staan? 

  1. Roomboter
  2. Eieren
  3. Vlees

ANTWOORD: A (en een beetje C)
Internist Max Nieuwdorp: “Wat vetten betreft is de basisregel: hoe zachter het vet, hoe beter. Harde vetten, zoals roomboter, pakjes margarine in een wikkel of hard frituurvet, bevatten vooral verzadigde vetten. Hetzelfde geldt voor vetten in koek, snoep en hartige snacks. Zachte vetten zoals oliën, vloeibaar bak- en braadvet in een knijpfles, vloeibaar frituurvet en margarine of halvarine in een kuipje, bevatten juist meer gezonde, onverzadigde vetten. Ter vergelijk: in roomboter zit per 100 gram 53 gram verzadigd vet, in zachte margarine uit een kuipje 19 gram. Als je zes boterhammen per dag eet, krijg je bij roomboter zo’n 16 gram verzadigd vet binnen, bij margarine 6 gram en bij halvarine 3,5 gram.
Sinds een paar jaar zijn er in de supermarkt ook speciale margarines te koop, waarmee je het slechte LDL-cholesterol actief kunt verlagen. Om dat te bereiken, voegen fabrikanten er extra plantensterolen aan toe. Dat zijn vetachtige stoffen die van nature vooral voorkomen in zaden, noten en bonen. Verwacht daar echter niet te veel van. De producten kunnen het LDL-gehalte weliswaar met 7 tot 10 procent verminderen, maar dat is slechts een kleine winst,. Bovendien moet je dan dagelijks wel 1,5 tot 2,4 gram plantensterolen eten. Dat komt neer op 4 tot 6 besmeerde boterhammen per dag.
Andere producten met veel gezonde, onverzadigde vetten zijn bijvoorbeeld vette vis, noten, olijven en avocado. In volle zuivelproducten en vet vlees, zoals frikandellen, hamburgers, salami, schouderkarbonades, shoarmavlees, slavinken en alle soorten (boterham)worst, zitten juist veel ongezonde, verzadigde vetten. Die kun je dus beter laten staan. Wat betreft eieren: in tegenstelling tot wat veel mensen denken, kunnen die voor je cholesterol weinig kwaad. Mits je er niet meer dan drie per dag eet.” 

Gepubliceerd in Margriet 41, september 2020.