Als je kind in het buitenland woont

Op zijn achttiende vertrok de zoon van Monique (61) voor negen maanden naar Australië. Ze had toen nooit kunnen vermoeden dat Dave (nu 34) uiteindelijk voor altijd weg zou blijven. Inmiddels woont hij alweer dertien jaar in Japan, met zijn vrouw Mayuko en hun drie kinderen van 11, 8, 6. “Het gemis van mijn kleinkinderen is misschien wel het aller-moeilijkst.” 

“Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Dave had een wit leren jasje aan. ‘Kijk maar niet meer om als ik door de douane ga’, zei hij op Schiphol. Ondanks mijn belofte deed ik dat natuurlijk toch. Toen brak ik. Drie dagen heb ik alleen maar gehuild. Ik had geen idee wanneer ik mijn zoon weer zou zien, of hij ooit terug zou komen. Het verdriet was zo overweldigend, dat ik niet wist waar ik het moest zoeken. Het zou maanden duren voordat ik uit dat dal kon klimmen.”
Vertrek
“Daves aankondiging dat hij in Australië wilde gaan werken, kwam in 2003 volledig uit de lucht vallen. Hij had een leuk leven met een prima baan bij een kledingwinkel. Dat hij de wereld en zichzelf wilde verkennen, had hij nooit eerder uitgesproken. Zijn vertrek vond ik moeilijk, maar ik hield me vast aan de gedachte dat hij negen maanden later terug zou zijn. Onderweg van Perth naar Sydney raakte hij in de trein aan de praat met een Japans meisje, dat in Australië was om Engels te leren. Ze besloten samen met een aantal andere jongeren een appartement te delen. Daar bloeide er iets moois tussen hen op. Een vakantieliefde, dacht ik. Maar eenmaal weer thuis, bleek dat het gevoel bij Dave heel diep zat. Omdat hij Mayuko zo miste, trok hij zich steeds meer terug in zichzelf. Hij kwam zijn kamer nauwelijks nog uit. Toen ze met kerst drie weken naar Nederland kwam, bloeide hij helemaal op. Dit is serieus, realiseerde ik me.
Een half jaar later bezocht hij haar in haar woonplaats Kobe. Lyrisch klonk hij, het was Japan voor en na. Ineens wilde hij thuis misosoep voor het ontbijt in plaats van pindakaas. Toen dacht ik voor het eerst: waar moet dit heen? Naar een huwelijk, bleek op oudejaarsavond 2004. Onder de Eiffeltoren vroeg Dave Mayuko om zijn vrouw te worden. ‘Ik wil bij haar gaan wonen’, zei hij. Natuurlijk was ik blij voor hem, maar tegelijk brak hij mijn hart. Ik kreeg het letterlijk benauwd van het idee dat hij voorgoed naar de andere kant van de wereld zou vertrekken. Hoe moest ik met dat verdriet omgaan?”
Rouwproces
“Zijn emigratie had nogal wat voeten in de aarde, maar in juni 2006 vertrok hij dan echt. ‘Hij is toch niet dood’, zeiden mensen soms als ik het moeilijk had. Maar het verdriet was er nauwelijks  minder om. Je maakt als ouder van een emigrerend kind echt een rouwproces door. De eerste verjaardag zonder hem, de eerste kerst; het was elke keer weer confronterend en pijnlijk. Het meest miste ik het dagelijkse contact. Op zaterdagochtend kwam Dave vaak op het voeteneind van mijn bed zitten. Dan hadden we lange gesprekken over van alles en nog wat. Hij is een gevoelige jongen, met een oude ziel. Van de ene op de andere dag werd die hechte band tussen ons doorgesneden.
Ik kon me weinig voorstellen van zijn leven in Japan. De berichtjes die hij stuurde, waren kort. We Skypten wel af en toe, maar dan hield hij de boot een beetje af. Hij wilde ook niet horen hoe erg ik hem miste. Dat vond hij te moeilijk, denk ik. Ondertussen voelde ik me verscheurd. Het gevoel was zo ingewikkeld. Als moeder wil niet niets liever dan je kinderen gelukkig zien. Ik gunde hem zijn nieuwe leven ook echt. Tegelijkertijd had ik het er heel zwaar mee. Nooit geweten dat je tegelijk geluk én verdriet kunt voelen.”
Japan
“Ruim een jaar na zijn vertrek ben ik samen met mijn vrouw Caroline voor het eerst naar Japan gegaan. Dat was een overweldigende ervaring. Voor de wet waren Dave en Mayuko al eerder getrouwd, voor ons deden ze dat nog eens groots over. ‘Ik zal goed voor hem zorgen, maar jij blijft altijd moeder nummer één’, zei zijn lieve schoonmoeder tegen me. Dat vond ik zo ontroerend! Eenmaal daar begreep ik ook veel beter waarom Dave zijn hart aan Japan had verloren. De natuur, het eten, de mensen; het is een fantastisch land. Als ik de loterij zou winnen, kocht ik er meteen een tweede huis. Japanners nemen echt de tijd voor elkaar. De saamhorigheid is groot. Dat aan den lijve te ervaren, hielp me om uit het rouwproces te komen. Dave kon geen betere plek en geen betere schoonfamilie hebben getroffen. Bovendien past hij met zijn introverte karakter vermoedelijk beter daar dan hier. ‘Dave is Japanser dan ik’, zegt zijn zwager wel eens. Hij is er overduidelijk thuis.”
Kleinkinderen
“Ik begon net een beetje aan de situatie te wennen, toen de telefoon ging. Mayuko was zwanger! Het vergrootte het gemis nog honderd keer uit. Ik heb geen van mijn drie kleinzonen als baby meegemaakt. In plaats daarvan moest ik het doen met wat beelden op Skype. Het klinkt misschien overdreven, maar voor mij was dat best traumatisch. Ik vond — en vind — het zo moeilijk dat ik ze niet kan zie opgroeien. Misschien nog wel moeilijker dan dat Dave is vertrokken. Nog altijd vermijd ik baby’s liever. Zo bescherm ik mezelf tegen het verdriet.
De grote afstand betekent overigens niet dat ik geen hechte band met mijn kleinkinderen heb. Voetbal, de strips van Marvel: ik zoek bewust gedeelde interesses. Mijn middelste kleinzoon speelt graag klassieke muziek op de piano. Dus toen ik laatst met mijn vrouw in Wenen was, hebben we een muziekdoosje van Mozart voor hem gekocht. Zo hadden we het lijntje sterk.
De laatste keer dat ze Nederland bezochten, hadden we elkaar twee jaar niet gezien. Een eeuwigheid in een kinderleven, maar bij toen de jongens ons op Schiphol tegemoetkwamen, begonnen hun ogen meteen te glinsteren. Ik vind het gevoel lastig te omschrijven, het is een soort verliefdheid over en weer. Als we bij elkaar zijn, vallen alle cultuur- en taalverschillen weg. Zij vinden het net zo moeilijk om weer afscheid te nemen als ik.”
Lotgenoten
“De eerste twee jaar na Daves vertrek was ik vooral met mijn eigen verdriet bezig. Eenmaal uit mijn bubbel kreeg ik behoefte om mijn ervaringen met lotgenoten te delen. Maar op internet vond ik niets. Zo kwam ik op het idee om zelf een website te beginnen voor ouders en grootouders van achterblijvers. Dat werd kidsoverzee.com. Later kwam daar ikblijfachter.nl bij. Op de sites delen we verhalen en geven we elkaar tips. De herkenning en erkenning is onbetaalbaar. Ik vind het ook fijn om iets nuttigs met mijn ervaringen te kunnen doen en zo anderen te helpen. We kunnen alles tegen elkaar zeggen. Bijvoorbeeld dat we stiekem soms heel boos zijn dat onze kinderen ons in de steek hebben gelaten. Een buitenstaander vindt zoiets al gauw raar. Maar wij begrijpen elkaars gevoel precies.
Na vijf jaar online contact, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een aantal mensen uitgenodigd om persoonlijk af te spreken. Die ontmoeting was zo bijzonder, alsof we elkaar al jaren kenden. We zijn echt vriendinnen geworden. Eén of twee keer per jaar zien we elkaar in levende lijve. De rest van de tijd houden we contact via onze app-groep. Die maakt het heel makkelijk om verdriet, twijfels en zorgen te delen. De vraag die daarin misschien wel het meest wordt gesteld, is hoe je omgaat met het gemis. Mijn advies is altijd om zoveel mogelijk afleiding te zoeken. Ik heb gelukkig een lieve vrouw, een leuke baan en een andere zoon die bij mij in de straat woont. Verder helpt het me om te mediteren. En sinds kort vis ik ook regelmatig, net als vroeger met mijn vader. Gewoon in mijn eentje, in de sloot voor ons huis. Zo maak ik mijn hoofd leeg.”
Niet makkelijker, maar anders
“Na dertien jaar is het gemis niet minder, maar ik ga er wel anders mee om. Ik heb geaccepteerd dat het is zoals het is. Daardoor zit het verdriet me minder in de weg. Wat me erg heeft geholpen, is mijn gevoel uit te spreken, óók naar Dave. Hij zit er misschien niet altijd op te wachten, maar als ik behoefte heb aan contact, bel of app ik hem toch. Veel ouders en grootouders willen hun kinderen niet belasten. Of ze voelen zich er schuldig over als ze hun emoties laten blijken. Maar wij hebben er óók recht op om het moeilijk te hebben. Hoe meer je zulke gevoelens wegstopt, hoe zwaarder het wordt.
Toen mijn moeder in 1981 overleed, dacht ik dat ik dat nooit te boven zou komen. Dat dat wel lukte, was een waardevolle levensles: ik was sterker dan ik dacht. Zo is het ook gegaan met Daves emigratie; ook daar heb ik mijn weg in gevonden. De ervaring heeft me eelt op mijn ziel gegeven en tegelijkertijd flexibeler gemaakt. Wat er ook gebeurt, ik pas me aan en maak er wat van.
In de loop van de tijd ben ik ook echt anders naar de situatie gaan kijken. De eerste jaren vond ik alles intens moeilijk. Gaandeweg ontdekte ik ook de mooie kanten. Inmiddels ben ik drie keer in Japan geweest. Het land en de cultuur hebben mijn leven zo verrijkt. Verder droomde ik er van kinds af aan over om een boek te schrijven. Met het vertrek van Dave diende het onderwerp zich als vanzelf aan. In Okasan Moeder Uit Holland! heb ik mijn persoonlijke verhaal met de buitenwereld gedeeld. In Mag ik je missen? heb ik verhalen van lotgenoten opgetekend en geef ik hen tips. Zonder Dave waren die boeken er nooit gekomen. Daar blijf ik hem voor altijd dankbaar voor.” 

—————————-

Eén kind in het buitenland is al moeilijk genoeg. Maar stel je voor dat allebei je kinderen naar het buitenland vertrekken. En nog tegelijk ook. Het overkwam Sonja (61), toen zowel haar zoon (34) als haar dochter (27) begin 2017 emigreerden. 

“Ik geloof dat je je kinderen twee dingen moet meegeven: wortels en vleugels. Maar ik had nooit gedacht dat het zo zou uitpakken. Ik heb altijd graag kinderen gewild. Daar moest ik best lang op wachten, vooral op Vera, die zeven jaar jonger is dan Johan. Dolgelukkig was ik, toen ze werden geboren. En nu zijn ze duizenden kilometers van me verwijderd — mijn zoon woont in Australië, mijn dochter in Spanje. Dat is wel een bittere pil om te slikken.”
Machteloos
“Het was in 2017 niet de eerste keer dat mijn zoon naar het buitenland vertrok. Op zijn 20e leerde hij via een online muziekforum een meisje uit Australië kennen. Toen ze op reis door Europa een dagje in Amsterdam was, leidde hij haar rond. Vanaf dat moment was het aan tussen hen. Maar een relatie op 16.000 kilometer afstand is natuurlijk niet makkelijk. Eerst kwam zij hier, later besloten ze samen om voor een jaar naar Australië te gaan. Met kerst organiseerden we een afscheidsfeestje. Ik herinner me nog dat ik zijn toenmalige vriendin in de keuken heb staan troosten. Ze vond het heel moeilijk te verkroppen dat ze ons ons kind een beetje afnam. Mijn eigen verdriet bood ik geen ruimte. Ik hield me vast aan het idee dat het afscheid tijdelijk was.
De schok was groot toen zijn vriendin het na driekwart jaar uitmaakte. Hij was zo verdrietig, maar ik kon hem vanuit Nederland maar moeilijk troosten. Dat je in zo’n situatie niet naar je kind toekunt, dat je hem niet even kunt knuffelen, is vreselijk. Ik was ook ontzettend bezorgd over hem. Regelmatig lag ik er wakker van. Ik voelde me volledig machteloos.
Omdat zijn ex financieel garant voor hem had gestaan, moest mijn zoon snel het land uit. Maar voor hij vertrok, bleek hij al een nieuw meisje te hebben ontmoet. Je begrijpt wel dat ik daar niet blij mee was! ‘Kom eerst maar eens naar huis’, zei ik tegen hem. Dat deed hij, maar de liefde voor haar bleef. Gelukkig wilde zijn nieuwe liefde wel in Nederland komen wonen. In 2012 zei ze háár familie vaarwel. Stiekem was ik opgelucht dat nu andere ouders aan de beurt waren om afscheid te nemen.
Definitief
Een paar jaar woonden ze hier gelukkig samen. En toen werd haar oma ziek. Omdat ze een heel hechte band met haar had, ging ze naar huis om haar te helpen verzorgen. Eenmaal terug in Australië realiseerde ze zich hoe erg ze haar familie had gemist; ze wilde daar blijven. Inmiddels had Johan zijn leven hier opgebouwd. Maar hij kon niet zonder haar. Na lang wikken en wegen besloot hij eind 2016 permanent met haar mee te gaan. 14 maart 2017 zouden ze vertrekken. Voor hem was dat het goede besluit, maar mijn hart brak. Moest ik wéér dat afscheidsproces door. Vooral het definitieve — ze waren echt van plan zich samen in Australië te settelen — vond ik moeilijk te verkroppen. Bovendien ging ik nu twee mensen missen in plaats van één. Ik wist dat ik ze de eerste jaren niet zou kunnen opzoeken; de reis is simpelweg te duur. Het afscheid zou dus echt voor lange tijd zijn. En toen kondigde mijn dochter ineens aan dat ze wilde ook emigreren.”
Nummer twee
“Mijn dochter is altijd een vrije geest geweest, op zoek naar avontuur. Op haar achttiende ging ze voor een half jaar naar Australië. In eerste instantie om haar broer op te zoeken, maar toen die terug moest naar Nederland, besloot zij op een boerderij in de outback te gaan werken. Daarna reisde ze ook nog eens een half jaar door Zuid-Amerika. Ik keek er dan ook niet echt van op dat ze verliefd werd op een Engelse muzikant met Caribische roots. Maar dat ze spontaan besloten om met z’n tweeën naar Spanje te verhuizen, zag ik totaal niet aankomen.
Eind 2016 hadden we nog met z’n allen kerst gevierd. Een week later kondigden ze aan te vertrekken. Per direct. Toen werd het me allemaal echt even teveel. Wat was ik verdrietig. Het voelde alsof ik allebei mijn kinderen in één klap kwijt was. Zij kozen voor hun vertrek. Als achterblijvers hadden en hebben we niets te kiezen. Dat maakt het extra moeilijk om de situatie te accepteren. Toch heb ik nooit aan mijn kinderen gevraagd om te blijven. Ik wil dat ze zich vrij voelen om hun eigen weg te gaan. Als dat betekent dat ik mijn eigen belang op de tweede plaats moet zetten, is dat zo. Hun geluk is voor mij het allerbelangrijkst.”
Kleindochter
“Mijn dochter is cum laude afgestudeerd in bedrijfseconomie en internationaal recht. Ze had gemakkelijk een topbaan bij een advocatenkantoor kunnen krijgen, maar ze wist dat ze daar niet blij van zou worden. Dat ze haar hart heeft gevolgd om haar geluk in Spanje te beproeven, kan ik alleen maar toejuichen. Zij wonen nu in de buurt van Valencia, waar mijn dochter een leuke baan heeft als projectmanager van een start-up. De muzikale carrière van mijn schoonzoon zit in de lift. Ze hebben dus echt hun draai gevonden. Gelukkig is Spanje een stuk dichterbij dan Australië, dat maakt het wat makkelijker om elkaar op te zoeken. Daar was ik extra blij mee toen mijn dochter me vorig jaar voor de tweede keer in een jaar verraste: ze bleek zwanger.
Op 27 januari 2019 is mijn eerste kleinkind geboren, een meisje. Na de bevalling ben ik een week bij ze geweest. Dat was fantastisch. Met de kraamhulp heb ik pannenkoeken voor iedereen gebakken. Mijn dochter doet het geweldig, ik ben ongelofelijk trots op haar. Als je elkaar zo weinig ziet, zijn de spaarzame momenten samen extra intens. Het maakte het vertrek nóg moeilijker dan anders. Op het vliegveld kwamen, met mijn kleindochter in mijn armen, de tranen. Alsof ik een extra stukje van mezelf moest achterlaten.
Aan de achtbaan van emoties waar ik al ruim twee jaar in zit, komt voorlopig trouwens geen eind. Inmiddels verwachten mijn zoon en zijn vrouw namelijk óók hun eerste kind. Sinds hun vertrek in maart 2017 heb ik ze niet meer gezien. Het is dus maar afwachten wanneer ik mijn tweede kleinkind kan ontmoeten. Daar heb ik het soms heel moeilijk mee.”
Hond
“Niet alleen het leven van mijn kinderen, maar ook dat van mijn man en mij is drastisch veranderd. Ineens zijn we weer met z’n tweeën. Het is het lege nestsyndroom in het kwadraat. Wat het soms lastig maakt, is dat we daar heel verschillend mee omgaan. Ik deel mijn gevoel vaak met hem, terwijl hij terughoudender is. Hij heeft ook een meer praktische kijk op de zaak: het is hun keuze en we moeten ermee leren leven, meent hij. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, maar het kost mij tijd om die berusting te vinden. Uiteindelijk heeft deze ervaring ons wel dichterbij elkaar gebracht, juist omdat we nu helemaal op elkaar zijn aangewezen.
Na 2,5 jaar voel ik me nog steeds een beetje ontheemd. Het verdriet kan me op de raarste momenten overvallen. Bijvoorbeeld als er een liedje op de radio komt dat ik samen met mijn zoon vroeger vaak luisterde. Of als ik de muziek van Simon & Garfunkel hoor — als gezin zijn we ooit samen naar een concert van dat duo geweest. Foto’s van toen de kinderen klein waren, kan ik soms niet bekijken. En onze verjaardagen slaan we tegenwoordig meestal over, omdat ik het te pijnlijk vind om die zonder hen te vieren. Om dezelfde reden zie ik nu elk jaar tegen de decembermaand op.
Op moeilijke momenten heb ik veel steun aan mijn eigen moeder. Zij begrijpt me als geen ander. En aan de lotgenoten met wie ik ervaringen uitwissel. Verder hebben we vorige jaar een hond  aangeschaft, Lasse. Een betere afleiding dan een puppy kun je je niet wensen. Ik vind het heerlijk om lange enden met hem te wandelen. Ook voor ons huwelijk is hij waardevol. Het doet mijn man  en mij veel goed om weer samen voor iemand te zorgen.”
Onbegrip
“Ik wil de situatie niet dramatiseren, maar ik vind het gewoon echt zwaar, zo zonder mijn kinderen. Mensen in de omgeving begrijpen dat niet altijd. Zeker nu ze al een tijdje weg zijn. Dan verwacht men kennelijk dat het wel went. ‘Fijn toch, zo’n leuk vakantieadres’, hoor ik dan. Of ‘Je kunt toch bellen?’. Maar dat is echt niet te vergelijken met lijfelijk contact. Ik voel soms ook een gezonde jaloezie naar ouders en grootouders die hun familie in en de buurt hebben. En als mensen klagen over een kind dat 100 kilometer verderop woont, denk ik: je weet niet waar je het over hebt. Aan de andere kant tel ik mijn zegeningen. Dat ik mijn kinderen zo mis, getuigt van de sterke band tussen ons. Lang niet alle ouders hebben dat geluk. Toen mijn dochter net was vertrokken, kwam ik de moeder van een oud vriendinnetje van haar tegen. Het meisje bleek allerlei problemen te hebben. Bij een ander woonden de kinderen van de moeder vlakbij haar, maar ze zagen elkaar nauwelijks. Zo bezien ben ik, ondanks de grote afstand, de mazzelaar.”

Gepubliceerd in Margriet 36, augustus 2019. Foto: Mariël Kolmschot.