Je magische microbioom

Heb je wel eens gehoord van het darmmicrobioom? Dat is de verzamelnaam voor de ontelbaar veel bacteriën en andere organismen die in je darmen leven. De laatste jaren horen we steeds vaker hoe belangrijk ze zijn voor onze gezondheid. Arts-onderzoeker Marjolein Klaassen, gespecialiseerd in het microbioom, legt uit waarom dat zo is. 

Wat is het darmmicrobioom precies?
Arts-onderzoeker Marjolein Klaassen, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG): “Een ingewikkeld geheel van miljarden organismen die in je darmen leven. Veel bacteriën, maar bijvoorbeeld ook virussen en schimmels. Ze worden ook wel de darmflora genoemd. Samen wegen ze zo’n halve kilo.”

Waarom is dat microbioom eigenlijk zo belangrijk?
“Simpel gezegd kunnen we zonder niet leven. De organismen in onze darmen spelen een cruciale rol bij heel veel processen in ons lichaam. Zo helpen ze voedsel te verteren, halen ze daar voedingstoffen en energie uit en dragen ze bij aan een soepele stoelgang. Verder zijn het afweersysteem en het microbioom onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Dus niet alle bacteriën zijn slecht?
“Zeker niet! Voor de duidelijkheid: er leven ook organismen in onze darmen die mogelijk kwaad kunnen. Maar in een gezond microbioom houden de goeden de slechten onder de duim. In het verleden konden we de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de darmen wel aantonen, maar dat kostte toen nog veel tijd. Dankzij nieuwe technieken gaat dat sinds een jaar of vijftien steeds sneller. Bovendien kunnen we nu heel veel bacteriën tegelijk in kaart te brengen, wat eerder niet lukte. Hierdoor krijgen we steeds meer inzicht in de verschillende functies van het microbioom. En bijvoorbeeld ook in welke darmbacteriën betrokken lijken te zijn bij ziektes, en mogelijk juist van belang zijn bij het gezond houden van het lichaam.”

Hoe zit dat precies met het microbioom en het afweersysteem?
“De darmwand is een belangrijke verdedigingsmuur van je lijf. Hij helpt te voorkomen dat  ongewenste gasten van buiten via de darmholte het ‘interne milieu’ van je lichaam binnendringen, zoals we dat noemen. Een gezond, evenwichtig microbioom houdt de  darmwand mede stevig. Daarnaast zwemmen er door de darmwand allerlei afweercellen. Die kun je beschouwen als een soort beveiligers. Simpel gezegd gebruiken zij het microbioom om zichzelf en andere cellen van het immuunsysteem te trainen. Zo leren ze boosdoeners van buiten te herkennen. Daardoor kunnen ze die gericht tegenhouden en opruimen, voordat ze de kans krijgen kwaad te doen.” 

Het darmmicrobioom wordt ook wel ‘het tweede brein’ genoemd. Waarom is dat?
“Je darmen zijn met je hersenen verbonden via een heel lange zenuw, de nervus vagus. Via onder andere die informatiesnelweg communiceren ze met elkaar. Bijvoorbeeld over wanneer je trek hebt, stress ervaart of naar het toilet moet. Maar het darmmicrobioom stuurt ook zelf signalen naar de darmcellen, waar de darm dan weer op reageert. Vandaar de vergelijking met het brein.
Verder komen we steeds meer te weten over de invloed van het darmmicrobioom als het gaat om stemming en gedrag. Zo wordt in je darmen een belangrijke boodschapperstof aangemaakt, serotonine, die onmisbaar is voor de communicatie tussen hersencellen. Bovendien speelt serotonine een belangrijke rol bij onder andere stemmingsklachten, zoals depressie. Een gezond microbioom lijkt dus ook essentieel voor een gezond brein.” 

Wat maakt dat je microbioom gezond is of niet?
“Zoals gezegd gaat het erom dat je meer goede dan slechte darmbacteriën hebt. Ook diversiteit is belangrijk: hoe meer verschillende soorten goede bacteriën in je darmen, hoe effectiever het microbioom daar zijn werk kan doen. Raakt dat uit balans, dan krijgen slechte bacteriën mogelijk de overhand en groeien ze uit tot darminfecties. Niet alleen dat, de darmwand kan ook minder sterk worden. Afweercellen leren dan minder goed hoe ze slechteriken kunnen aanpakken. Een verstoord microbioom kan op die manier invloed hebben op je hele gezondheid. Zo lijkt het de kans op bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten te vergroten, en misschien ook op tal van andere ziekten, zoals Parkinson of kanker. Daar wordt momenteel veel onderzoek naar gedaan.”

Kun je die balans zelf beïnvloeden?
“Inmiddels weten we dat voeding een grote rol speelt bij de samenstelling van je darmmicrobioom. Het is vooral belangrijk om gevarieerd te eten. Bepaalde voedingsstoffen, zoals vezels, zijn cruciaal. Die bieden brandstof voor de goede bacteriën in het darmmicrobioom. Vezels zitten in plantaardige en volkoren producten. Zoete en vette bewerkte producten en rood vlees lijken juist de slechtere bacteriën te voeden. Ik snap dat mensen graag meer praktische tips willen. Maar we zijn nog hard bezig met onderzoek om te bewijzen dat specifieke voedingsmiddelen je gezondheid via het microbioom kunnen verbeteren. Op dit moment kunnen we dus geen concreter advies geven dan dit.”

Heeft het zin om probiotica te gebruiken, bijvoorbeeld zuivel met gezonde bacteriën?
“Dat is een lastige. Sommige van die bacteriën lijken een positief effect te hebben op het microbioom, al is ook hier — nog — geen keihard wetenschappelijk bewijs voor. Sowieso is het goed je te realiseren dat een uitgebalanceerd darmmicrobioom vijfhonderd tot duizend verschillende soorten bacteriën bevat. Eén daarvan versterken met bijvoorbeeld zo’n drankje is dus een beetje een druppel op de gloeiende plaat. Het positieve effect van een gezond en gevarieerd dieet lijkt veel groter.” 

Hoe zit het met erfelijkheid?
“Je genetisch materiaal, kortweg DNA, heeft invloed op de samenstelling van je darmmicrobioom. Je erfelijke aanleg kan je bijvoorbeeld vatbaarder maken voor bepaalde goede of slechte darmbacteriën. Maar erfelijkheid speelt een kleinere rol dan bijvoorbeeld je leefgewoonten en woonomstandigheden. Ook daar komen we steeds meer over te weten.” 

Wat dan bijvoorbeeld?
“Afgelopen voorjaar hebben we vanuit het UMCG een grootschalig onderzoek gepubliceerd. Hierin hebben we wereldwijd voor het eerst beschreven hoe een gezond darmmicrobioom eruitziet en welke factoren daar invloed op hebben. Voor deze studie hebben we gebruik gemaakt van LifeLines, een langlopend onderzoeksproject waar mensen uit heel Noord-Nederland aan meedoen. Van een kleine tienduizend van hen hebben we poepsamples geanalyseerd. Vervolgens hebben we voor al die mensen 241 factoren bekeken, die van invloed kunnen zijn op de samenstelling van het darmmicrobioom. Lichamelijke en geestelijke gezondheid natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook voeding, medicatiegebruik en sociaal-economische omstandigheden. Een paar uitkomsten waren opvallend. Zo bleek het darmmicrobioom gezonder als iemand in een groene omgeving woont, met weinig fijnstof in de lucht. Ook omstandigheden in je jeugd zijn van invloed, ontdekten we. Als je ouders bijvoorbeeld rookten toen je opgroeide, kun je daar in de samenstelling van het microbioom op volwassen leeftijd soms nog effecten van terugzien.” 

Zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen?
“Daar is nog niet veel over bekend. Wat we uit het LifeLines-onderzoek al wel weten, is dat samenwonen in één huis meer invloed heeft op de samenstelling van het darmmicrobioom dan sekse. Stel dat je als vrouw een tweelingzus hebt en je woont samen met een man, dan lijkt je microbioom meer op dat van je partner dan van je tweelingzus. Vermoedelijk omdat je samen in dezelfde omstandigheden leeft en min of meer hetzelfde eetpatroon hebt.”

Wat hebben jullie ontdekt over de relatie met ziektes?
“Voor het eerst hebben we kunnen aantonen dat mensen met een chronische ziekte van bepaalde darmbacteriën er méér hebben. Gezonde mensen bezitten juist weer meer andere bacteriën. Ook die konden we identificeren. Op basis daarvan hebben we een soort catalogus van het microbioom gemaakt. Deze informatie is van onschatbare waarde voor vervolgonderzoek naar welke bacteriën mogelijk betrokken zijn bij bepaalde ziektes. Als we dat weten, kunnen we de samenstelling van het darmmicrobioom misschien ook actief gaan veranderen. Bijvoorbeeld door gezonde bacteriën te stimuleren of zelfs toe te dienen. Voor we daar zijn, hebben we echter nog een lange weg te gaan.”

Je hoort wel eens over poeptransplantaties. Waarvoor worden die gebruikt?
“Op dit moment alleen nog bij de behandeling van een bepaalde darminfectie, veroorzaakt door de slechte Clostridium difficile-bacterie. Die is altijd in je darmen aanwezig, maar door verstoring van het microbioom en gebruik van antibiotica kan hij soms gaan groeien en de overhand krijgen. Met ernstige buikpijn en diarree tot gevolg. Helaas is deze bacterie zelf zo goed als immuun voor antibiotica. Dat maakt hem lastig te bestrijden. Gelukkig lukt dat wel met een fecestransplantatie, zoals die officieel heet. Daarbij brengen we het microbioom van een gezond iemand over naar de patiënt. De ziekmakende bacterie wordt dan als het ware weggeconcurreerd door de goede bacteriën van de donor. Op die manier helpen we het evenwicht in de zieke darmen te herstellen. In de toekomst kan zo’n transplantatie hopelijk ook uitkomst bieden bij andere darmziektes, zoals prikkelbare darmsyndroom, Colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.”

Over antibiotica gesproken: wat is de invloed van medicijnen op het microbioom?
“Als je een infectie hebt, doden antibiotica bacteriën op plekken waar ze niet horen. Het zijn levensreddende medicijnen. Helaas hebben ze als bij-effect dat ze vaak óók gezonde bacteriën in de darmen om zeep helpen. Daardoor kun je bijvoorbeeld diarree krijgen.
Er zijn meer medicijnen waarvoor dat geldt. Neem maagzuurremmers. Net als antibiotica lijken die een ongunstig effect te hebben op de balans tussen goede en slechte darmbacteriën. Een antibioticum neem je meestal maar kort, maar twee miljoen Nederlanders slikken langdurig maagzuurremmers. Voor de duidelijkheid: dat zijn heel nuttige middelen; bij bepaalde klachten is het echt belangrijk ze te gebruiken. Maar als je denkt dat je ze misschien niet meer nodig hebt, is het voor je darmen verstandig met je huisarts te overleggen of je ze kunt afbouwen of stoppen.”

Gepubliceerd in Radar+, september 2022.