Viroloog Marion Koopmans staat in de frontlinie van het corona-onderzoek

Voor Plus een viroloog interviewen over corona? Dat is niet gemakkelijk. Het nieuws over het COVID-2-virus verspreidt zich immers sneller dan het productieproces van een maandblad kan bijbenen. Toch wilde Plus hoogleraar virologie Marion Koopmans graag aan het woord laten. Als lid van het landelijke Outbreak Management Team staat ze immers in de frontlinie van het corona-onderzoek én van het publieke debat. Hoewel ook zij geen glazen bol heeft, kan ze ons wel vertellen wat ze tot nu toe over de pandemie heeft geleerd. 

Ouderen worden extra zwaar getroffen door het coronavirus. Waarom?
“Dat geldt niet alleen voor dit virus. Naarmate je ouder wordt, vermindert de werking van je afweersysteem. Bovendien hebben ouderen vaker andere aandoeningen, zoals diabetes type 2 of hart- en vaatziekten. Dat maakt ze extra kwetsbaar. Los daarvan speelt geslacht een rol. Mannen worden vaker ernstig ziek dan vrouwen. Dat komt omdat zij meer van de receptoren — ontvangers — hebben waar het virus zich aan bindt. Mensen met ernstig overgewicht lopen eveneens extra risico.” 

Toch worden ook jonge mensen zonder achterliggende gezondheidsproblemen soms heel ziek.
“We weten nog niet precies hoe dat kan. Vermoedelijk heeft het te maken met een bepaalde genetische aanleg, die iemand extra gevoelig maakt voor het virus. Dat bleek recent ook uit onderzoek van het Radboudumc.” 

U doet zelf al decennia onderzoek naar infectieziekten. Zag u deze corona-uitbraak aankomen?
“Niet specifiek dit virus. Maar mijn collega’s en ik waren er wel van overtuigd dat er een keer zo’n grootschalige pandemie zou komen. Eerder hadden we bijvoorbeeld al SARS, de vogelgriep en de Mexicaanse griep. Dat waren ook grote epidemieën. Wat corona uniek maakt, is de enorme wereldwijde impact.” 

Neemt de kans op dit soort pandemieën toe?
“Ja. Dat heeft allerlei oorzaken. Om te beginnen wonen er wereldwijd steeds meer mensen dicht op elkaar. De alsmaar uitdijende megasteden kunnen die toeloop vaak niet aan, met bijvoorbeeld sloppenwijken en slechte hygiëne tot gevolg. Die mensen moeten ook eten, dus zien we steeds grootschaliger veeteelt en andere voedselproductie, ten koste van de natuur. Dat levert meer en meer situaties op waarin virussen zich snel en makkelijk verspreiden. Uitbraken worden ook groter, omdat we met z’n allen steeds meer reizen. Verder speelt klimaatverandering een rol. Die zorgt bijvoorbeeld voor meer overstromingen, en voor meer muggen en teken die infecties overbrengen. Een complex geheel, kortom.”

Wanneer wist u: de corona-uitbraak loopt uit de hand?
“Begin februari. Daarvoor had ik goede hoop dat de Chinezen het virus tot staan konden brengen. Ze hadden daar zo’n waanzinnige stunt uitgehaald met die massale quarantaine. Wat we toen nog niet wisten, was hoe gemakkelijk het virus zich ook onder de radar verspreidt, via mensen met relatief weinig klachten.” 

Veel beleidsmakers en zorgverleners leken behoorlijk overvallen door de snelheid en de ernst van de uitbraak. Hoe kan dat, als virologen er al jaren voor waarschuwen?
“Dat heeft ermee te maken dat wij de wereld door een andere bril zien. Wetenschappers die zich met infecties bezighouden, kijken over landsgrenzen, en ver vooruit in de tijd. Beleidsmakers en zorgverleners zijn vaak meer gefocust op wat er in het hier en nu gebeurt. Tegelijkertijd kunnen we als wetenschappers ook niet met zekerheid zeggen wat er gaat gebeuren. Dat is voor beleidsmakers dan weer lastig”. 

Als lid van het Outbreak Management Team adviseert u het kabinet over het coronabeleid. Een zware verantwoordelijkheid.
“Dat ervaar ik zeker zo. Ik heb er ook echt wel eens wakker van gelegen. Voor de duidelijkheid: als OMT zeggen we niet wat het kabinet moet doen. We leveren de informatie op basis waarvan bewindslieden hun besluiten nemen. Daarbij proberen we zo volledig mogelijk te zijn en gegevens van alle kanten te belichten. Overigens raadpleegt het kabinet ook andere adviseurs, zoals  economen en communicatiedeskundigen”

Hadden de bewindslieden niet eerder maatregelen moeten nemen?
“Italië ging op 23 februari op slot. Vier dagen later hadden we het eerste geval in Nederland, iets meer dan een week daarna begon onze ‘intelligente lockdown’. Achteraf kun je zeggen dat het kabinet misschien nog sneller tot actie had kunnen overgaan. Maar ja, dat is met de kennis van nu makkelijk praten. Bovendien: zolang er in Nederland nog geen besmettingen waren, was er waarschijnlijk geen draagvlak geweest voor strenge maatregelen.” 

Als mensen tegen COVID-19 gevaccineerd worden, kunnen ze dan geen corona meer krijgen?
“Nee, want geen enkel vaccin vrijwaart je 100 procent. Uitgangspunt is dat een goed vaccin een grote meerderheid van de gebruikers beschermt tegen serieuze klachten. Dus als je dan toch corona krijgt, verloopt de ziekte in ieder geval minder ernstig en is de kans op complicaties kleiner.” 

Het duurde trouwens wel lang voor dat vaccin er was.
“Dat voelt misschien zo, maar eigenlijk ging het ongelofelijk snel. Dat komt omdat onderzoekers niet bij nul hoefden te beginnen. We hebben immers al veel ervaring met het ontwikkelen van virusvaccins. Wel is het hele proces aan strenge regels gebonden. Gelukkig maar, want je wilt er zeker van dat een vaccin goed werkt én dat het veilig is. Gebruikers moeten er bijvoorbeeld niet te veel bijwerkingen door krijgen.”  

Werkt het even goed bij ouderen?
“Het beschermingspercentage bij ouderen is bij vaccins vaak wat lager, omdat hun afweer – en dus de aanmaak van antistoffen en T-cellen tegen het virus – iets minder goed functioneert.” 

U bent inmiddels 64. Maakt u zich zorgen over uw eigen gezondheid?
“Nee, maar ik ben wel heel voorzichtig. Ook voor de mensen om me heen. Zo heb ik mijn ouders, die allebei 91 zijn, maandenlang niet bezocht. Aanvankelijk vonden ze het moeilijk om zo opgesloten te zitten. Gelukkig hebben ze het beeldbellen vrij snel onder de knie gekregen, zodat we nu langs die weg wekelijks kunnen bijpraten.”

Terwijl leeftijdsgenoten met pensioen gaan, werkt u misschien wel harder dan ooit. Denkt u niet: laat de volgende generatie wetenschappers hun tanden maar in corona zetten?
“Natuurlijk, maar er gebeurt op dit moment zo veel op ons vakgebied. Zelf heb ik net een  Europese subsidie ontvangen voor een project waar ik al lang van droom: ik mag nu een groot internationaal onderzoek coördineren, met twintig partners uit twaalf Europese landen. Met het Versatile Emerging infectious disease Observatory gaan we de komende vijf jaar een systeem ontwikkelen, waarmee we nieuwe infectieziekten in de toekomst eerder willen signaleren. Dat doen we door allerlei gegevens, bijvoorbeeld uit laboratoria en veldstudies, samen te brengen en te analyseren.”

Moeten we ons dan nu alweer zorgen maken over een volgende pandemie?
“Linksom of rechtsom zullen dit soort grootschalige virusuitbraken blijven opduiken. Bij de wereldgezondheidsorganisatie WHO werken we al jaren met een lijst van ‘potentiële pandemische uitbraken’. Daarop staan allemaal beruchte families van virussen, waar we heel alert op moeten zijn. Het mooiste is natuurlijk als we uitbraken heel vroeg kunnen opsporen of zelfs kunnen voorspellen. Dat geeft je immers meer tijd en mogelijkheden om in te grijpen. Hopelijk kan ik hier de komende jaren nog een bijdrage aan leveren.”

[Kader]
Hoogleraar virologie Marion Koopmans (64) studeerde diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2013 is ze hoofd van de afdeling Viruswetenschappen (Viroscience) van het Erasmus MC in Rotterdam. Daarnaast adviseert ze de wereldgezondheidsorganisatie WHO over bestrijding van nieuwe infectieziekten. In 2020 kreeg ze landelijke bekendheid als lid van het Outbreak Management Team, dat het kabinet advies geeft over de bestrijding van corona. De komende vijf jaar coördineert ze bovendien een internationaal onderzoeksproject met als doel uitbraken van nieuwe infectieziekten eerder te signaleren en op te sporen. Marion Koopmans is getrouwd en heeft een volwassen zoon en dochter. 

Gepubliceerd in Plus magazine, november 2020. Foto: Linelle Deunk.